Gil is een Amerikaanse schrijver die elke nacht om middernacht teruggevoerd wordt naar het Parijs van de jaren 1920. Begin waar het gebeurt: de trappen van de Église Saint-Étienne-du-Mont in het Quartier Latin, waar een oude Peugeot hem oppikt. Shakespeare and Company, de boekwinkel waar hij de memoires koopt die het verhaal in gang zetten, ligt zo'n 10 minuten lopen verderop.
In Parijs ligt de rest verder naar het westen, langs de Seine: de Waterlelies van Monet in de Orangerie, de Pont Alexandre III uit de regenachtige openingsbeelden en Le Bristol, het hotel van Gil en zijn verloofde Inez, liggen 10 tot 15 minuten van elkaar. De tuin van Rodin, waar de betweterige vriend van Inez door de museumgids wordt verbeterd, ligt op zo'n 15 minuten van de brug. Eén dag is genoeg: 's ochtends het Quartier Latin, 's middags de musea en de brug.
Le Bristol is alleen kort te zien in shots van de gevel, dus het is genoeg om het vanaf de straat te bekijken. De kerktrappen zijn onveranderd: kom 's nachts terug om ze te zien zoals in de film. Hemingway is een van de mensen die Gil ontmoet, en zijn kamer in de rue Descartes uit Parijs is een feest ligt een paar minuten van de kerk.